Reglement Boardvoetbal
Aantal spelers
Tijdens een wedstrijd spelen twee teams met ieder vijf spelers (1 keeper – 4 veldspelers) tegen elkaar. Een team is pas speel gereed indien minimaal 4 spelers aanwezig zijn. Als tijdens de wedstrijd om welke reden dan ook het aantal spelers daalt tot minder dan drie, dan moet de wedstrijd worden gestaakt.
Wisselzone
Tijdens de wedstrijden mag er doorlopend gewisseld worden. Het wisselen van spelers is alleen toegestaan aan de door de leiding daarvoor aangewezen wisselpunten.
De bal
In het gehele futsal wordt gespeeld met een zogenaamde “plofbal”. In vergelijking met de huidige bal heeft deze bal een sterk verminderde stuitkracht.
Uitrusting van de spelers
Bij onvoldoende afwijkende wedstrijdkleding dient de thuisspelende vereniging andere shirts/hesjes aan te trekken.
De spelerspas
Elke speler heeft een spelerspas van Sport Club Orange. Wanneer een speler bij aanvang van een wedstrijd geen spelerspas kan tonen, mag deze speler niet deelnemen aan de wedstrijd. De scheidsrechter of de leiding controleert voor aanvang van de wedstrijd de aanwezige spelerspassen.
Begin van het spel
Het team dat de toss wint kiest het doel.
Gele en rode kaarten
Tijdstraffen worden in de competitie aangegeven middels een gele kaart (2 minuten) of een rode kaart (5 minuten). Twee gele kaarten betekent ook rood.
De speler die een 5 minuten straf (rood) heeft gekregen, dient de zaal te verlaten en mag niet meer deelnemen aan de wedstrijd. Alleen bij een directe rode kaart wordt dit vermeld op het wedstrijdformulier en krijgt de betreffende speler een schorsing en boete opgelegd.
Een team, waarvan een speler een tijdstraf van 2 minuten heeft gekregen, mag na 2 minuten weer worden aangevuld. Scoort het team in meerderheid echter binnen deze 2 minuten een treffer, dan mag de speler van de andere partij op dat moment weer terugkeren in het veld.
Een team, waarvan een speler een tijdstraf van 5 minuten heeft gekregen, mag na 5 minuten weer worden aangevuld door een andere speler, of eerder indien het team in overtal een treffer scoort.
Scoren
Bij boardvoetbal is het niet toegestaan om te scoren vanuit eigen helft. Een doelpunt is pas geldig wanneer de bal volledig de doellijn heeft gepasseerd.
Bebording
Spelers mogen alle borden rondom het speelveld actief betrekken bij het spel.
Voordeelregel
De scheidsrechter mag de voordeelregel toepassen. Als het voordeel verkeerd uitpakt kan hij binnen enkele seconden het spel alsnog onderbreken.
Strafschoppen
In strafschoppenseries worden door ieder team om en om 5 strafschoppen genomen. Bij gelijke stand wordt doorgegaan om en om totdat het ene team één doelpunt meer heeft gescoord dan het andere team (na elk een gelijk aantal strafschoppen te hebben genomen).
Hoe de bal gespeeld mag worden
De bal mag door de veldspelers op elke wijze gespeeld worden, voor zoverre deze speelwijze geen gevaar oplevert voor de tegenstanders. Het opzettelijk spelen van de bal met de armen of de handen is niet toegestaan.
Voor de doelverdediger geldt dezelfde regel, met dien verstande dat hij een zich binnen zijn strafschopgebied bevindende bal wel met de hand of de arm mag spelen. Indien de doelverdediger de bal binnen zijn strafschopgebied heeft opgevangen, dan mag hij de bal op elke wijze wegwerken. Het wegtrappen van de bal vanuit de hand is echter niet toegestaan.
Voor een overtreding van de regels onder bovengenoemde punten moet de overtreder bestraft worden met een vrije schop c.q. een strafschop.
Indien het opzettelijk spelen van de bal met de hand of arm een vorm is van spelbederf, moet dit niet alleen worden bestraft met een vrije schop c.q. strafschop, maar ook met 2 minuten straftijd.
Indien de doelverdediger naar het oordeel van de scheidsrechter de bal opzettelijk aan het spel onttrekt, wordt dit beschouwd als spelbederf en moet hij bestraft worden met een vrije schop en, bij herhaling, met 2 minuten straftijd.
Indien de doelverdediger in zijn eigen strafschopgebied:
· de bal aanraakt als deze naar het oordeel van de scheidsrechter rechtstreeks door een medespeler met opzet naar hem wordt gespeeld;
· de bal, nadat hij deze in zijn bezit heeft gekregen, niet steeds binnen vier seconden in het spel brengt;
· terugkeert met de bal;
wordt dit bestraft met een vrije schop voor de tegenpartij op die plek van de vrije schoplijn die het dichtst gelegen is bij de plaats van de overtreding.
Toelichting:
Voorbeelden van een speelwijze, die gevaar oplevert voor een tegenstander of voor de speler zelf zijn:
· met de voet ter hoogte van het hoofd trachten de bal op een zodanige wijze te spelen dat een tegenstander hierdoor gevaar loopt;
· het zeer laag bij de grond koppen, indien een tegenstander tracht de bal te trappen;
· naar de bal trappen, terwijl deze door de doelverdediger wordt vastgehouden;
· het met gestrekt been spelen van de bal op een zodanige wijze dat de tegenstander gevaar loopt.
Het is de doelverdediger toegestaan een zich in zijn strafschopgebied bevindende bal met de hand of de arm te spelen, terwijl hij zelf geheel of met enig deel van zijn lichaam buiten het strafschopgebied verblijft; de plaats van de bal is dus bepalend. Onder spelbederf zoals omschreven zoals bovengenoemd moet o.a. worden verstaan:
· het opzettelijk met de hand of arm onderbreken van een aanval van de tegenpartij buiten het eigen strafschopgebied;
· het weggooien of wegstompen van de bal zodat deze aan het spel wordt onttrokken (bijv. in de tribune);
· het bij herhaling spelen van de bal met de hand of arm door dezelfde speler ook indien een strafschop is gegeven.
Wanneer een speler vreest een van dichtbij hard geschoten bal tegen het gezicht of andere tere lichaamsdelen te krijgen en geen gelegenheid heeft deze te ontwijken, maakt hij meestal een afwerende beweging met handen en armen. In dergelijke gevallen moet de scheidsrechter door laten spelen wanneer de bal zijn hand of arm zou raken.
Voorbeelden van het onder bovenstaand punt e. genoemde opzettelijke onttrekken van de bal aan het spel door de doelverdediger zijn:
· het naar het oordeel van de scheidsrechter langer dan redelijk is voor een normale voortgang van de wedstrijd (4 seconden) door de doelverdediger met de bal in de hand(en) binnen het strafschopgebied blijven staan;
· het naar het oordeel van de scheidsrechter regelmatig zonder enige actie met de bal aan de voeten blijven staan en deze telkenmale snel in de handen pakken binnen het strafschopgebied, zodra een tegenstander komt toelopen teneinde de bal te bemachtigen.
Begin van het spel
Nadat de scheidsrechter daartoe een fluitsignaal heeft gegeven, begint de wedstrijd doordat een speler de op het middelpunt van het speelveld liggende bal trapt in de speelhelft van de tegenstander. Iedere speler moet op zijn eigen speelhelft staan, en iedere tegenstander van de nemer van de beginschop moet minimaal op 3 meter afstand blijven totdat de beginschop is genomen.
De beginschop dient binnen 4 seconden na het fluitsignaal te worden vooruit richting doel van tegenstander worden genomen. De nemer van de beginschop mag de bal niet voor de tweede maal spelen, voordat deze door een andere speler is gespeeld of aangeraakt.
Voor een overtreding van de regels in bovenstaande moet de overtreder bestraft worden met een vrije schop die in alle richtingen mag worden gespeeld.
Na het behalen van een doelpunt wordt de wedstrijd hervat met een beginschop door een speler van het team, waartegen een doelpunt is behaald.
Na de eerste wedstrijdhelft wordt van doel gewisseld en wordt de beginschop genomen door het andere team dan dat zulks deed bij de aanvang van de wedstrijd.
De bal in en uit het spel
· indien deze over de bebording van speelveld is gegaan;
· indien deze het plafond boven het speelveld heeft geraakt;
· indien de wedstrijd door de scheidsrechter is onderbroken;
· indien de wedstrijd door de secretaris/tijdwaarnemer is onderbroken.
Op elk ander ogenblik van de wedstrijd is de bal in het spel, dus ook:
· indien deze van een doelpaal of doellat in het speelveld terugspringt;
· indien deze terugspringt van de scheidsrechter als deze zich in het speelveld bevind;
· ingeval van veronderstelde overtreding van de spelregels, totdat de wedstrijd door de scheidsrechter is onderbroken.
Indien de bal het plafond boven het speelveld heeft geraakt of over de bebording is gespeeld wordt de wedstrijd hervat met een indirecte vrije schop door de tegenstander . Deze moet word en genomen op de plaats waar de bal het laatst gespeeld c.q. aangeraakt werd.
Om de wedstrijd zo snel mogelijk te hervatten, moet de speler c.q. het team, dat de wedstrijd moet hervatten, trachten de bal zo snel mogelijk in zijn bezit te krijgen. Indien dit naar het oordeel van de scheidsrechter wordt nagelaten, wordt de speler c.q. het team bestraft met een vrije schop wegens onbehoorlijk gedrag.
De scheidsrechtersbal
Na elke tijdelijke onderbreking van de wedstrijd door de scheidsrechter om een andere reden dan elders in deze regels genoemd, moet de scheidsrechter, mits de bal op het moment van onderbreken nog in het spel was, de wedstrijd laten hervatten met een scheidsrechtersbal.
Hij doet dit door de bal van kniehoogte te laten vallen tussen twee spelers (van elk team een) op de plaats, waar de bal zich bevond op het moment dat de wedstrijd werd onderbroken. Alle overige spelers moeten een afstand in acht nemen van tenminste 5
meter. Wordt een scheidsrechtersbal toegekend in het gebied tussen de doellijn en de vrije schoplijn, dan moet deze worden genomen op een punt van de vrije schoplijn, zo dicht mogelijk bij de plaats waar de bal zich bevond op het moment, dat de wedstrijd werd onderbroken.
Een speler mag de bal niet aanraken voordat deze de grond heeft geraakt.
De bal is in het spel zodra deze de grond heeft geraakt.
Indien een van de spelers de bal raakt voordat deze de grond en/of wanneer een van de andere spelers niet voldoende afstand in acht neemt of te vroeg komt inlopen dan wordt de overtreder bestraft met een vrije schop voor de tegenstander.
Overtredingen en wangedrag
De vrije schop/strafschop
Een vrije schop moet worden toegekend, indien een speler opzettelijk een van de hieronder genoemde overtredingen begaat:
· Een tegenstander trapt of poogt te trappen.
· Een tegenstander doet vallen, waaronder is te verstaan het laten vallen of pogen te laten vallen met behulp van de benen of door voor of achter hem te bukken.
· Door een sliding de bal voor de voeten van een tegenstander wegspeelt of poogt weg te spelen.
· Op of naar een tegenstander, al of niet in het bezit van de bal, springt.
· Een tegenstander op ruwe of gevaarlijke wijze aanvalt.
· Een tegenstander slaat of poogt te slaan, hem spuwt of naar hem spuwt.
· Een tegenstander vasthoudt of hem duwt met de hand of arm.
· Een tegenstander van achteren aanvalt.
· De bal opzettelijk met de hand of arm speelt (dit geldt natuurlijk niet voor de doelverdediger wanneer de bal zich binnen zijn strafschopgebied bevindt).
· Een tegenstander een schouderduw geeft.
· Indien een speler een van de overtredingen, genoemd onder bovenstaande punten a t/m h, binnen zijn eigen strafschopgebied begaat, dan moet hij worden bestraft met een strafschop.
Verder wordt een speler bestraft met een vrije schop als hij zich schuldig maakt aan een van de volgende overtredingen:
· Opzettelijk lichamelijk contact veroorzaakt.
· Een speelwijze volgt, die gevaar oplevert voor een tegenstander of voor de speler zelf
· Bij spelhervattingen naar het oordeel van de scheidsrechter opzettelijk treuzelt met het in bezit krijgen van de bal.
· en tegenstander toeroept met de kennelijke bedoeling en opzet deze te misleiden.
· Opzettelijk een tegenstander hindert, terwijl hij de bal niet speelt of deze niet binnen speelbereik heeft.
· Naar het oordeel van de scheidsrechter spelbederf pleegt
· Naar het oordeel van de scheidsrechter zich onbehoorlijk gedraagt.
· Als doelverdediger de bal uit de hand wegtrapt.
· Foutief wisselt gedurende de tijd dat de bal in het spel is.
· Langer dan 4 seconden wacht met het hervatten van het spel nadat de bal op de plaats is vanwaar hij moet worden genomen en de tegenstander de vereiste afstand heeft ingenomen.
· Het door woord of gebaar zijn misnoegen kenbaar maken over de leiding (onbehoorlijk gedrag).
· Het bij herhaling overtreden van dezelfde spelregel (onbehoorlijk gedrag).
· Het opzettelijk niet in acht nemen van de vereiste afstand bij spelhervattingen.
· Het naar oordeel van de scheidsrechter onnodig wegtrappen van de bal bijv. in de wedstrijd tegen het plafond of in de tribune of bij dood spel weg van de plaats waar het spel hervat moet worden.
· Het bij herhaling foutief wisselen door het team.
· Het plegen van elke handeling, die een goede uitvoering van de strafschop nadelig beïnvloedt.
Definitief verwijderen
Een speler moet definitief van het speelveld worden verwijderd, indien hij zich schuldig maakt aan een van de volgende handelingen:
· Een gewelddadige handeling zoals schoppen, slaan of bespuwen van de tegenstander of scheidsrechter.
· Ernstig gemeen spel zoals het opzettelijk en op onreglementaire wijze beletten van een speler, in een duidelijke situatie waarin hij een doelpunt zou kunnen scoren, om de bal te spelen waardoor zijn team een duidelijke scoringskans wordt ontnomen.
· Bij herhaling zich schuldig maken aan handelingen die hierboven vermeld staan nadat hij al 5 minuten tijdstraf heeft gehad.
Toelichting
Tijdelijk uit het speelveld verwijderde spelers moeten plaatsnemen bij de secretaris/tijdwaarnemer. Deze waarschuwt hen wanneer de straftijd is verstreken, waarna de speler weer aan de wedstrijd kan deelnemen.
De in de eerste wedstrijdhelft opgelegde straftijd loopt door in de tweede helft.
Een speler die definitief wordt verwijderd moet de speelzaal verlaten en mag niet plaatsnemen op de bank van de wisselspelers.
Indien een speler tijdelijk of definitief van het speelveld wordt verwijderd, moet de scheidsrechter de wedstrijd pas laten hervatten, nadat de betrokken speler het speelveld heeft verlaten.
Indien een speler bestraft wordt met een tijdstraf, moet de secretaris/tijdwaarnemer deze tijdstraf pas laten ingaan op het moment, dat de scheidsrechter de wedstrijd weer laat hervatten.
In het algemeen zal de scheidsrechter bij een overtreding, waarop een tijdstraf staat, 2 minuten straftijd opleggen. Opzettelijke herhaling van dergelijke overtredingen, zulks naar het oordeel van de scheidsrechter, kan hij ook bestraffen met S minuten. Bij ernstige gevallen heeft de scheidsrechter echter altijd het recht om direct 5 minuten straftijd op te leggen.
Indien de scheidsrechter een speler een tijdstraf heeft opgelegd, kan hij deze wijzigen in een zwaardere tijdstraf dan wel in een definitieve verwijdering, zolang hij de wedstrijd nog niet heeft laten hervatten. Zodra de wedstrijd echter weer is hervat, kan de scheidsrechter de betrokken speler daarenboven een extra tijdstraf (2 of 5 minuten) dan wel een definitieve verwijdering opleggen, indien deze speler zich op de strafbank misdraagt.
Een tijdstraf dient persoonlijk uitgezeten te worden. Tijdelijk of definitief verwijderde spelers mogen gedurende de straftijd niet worden venvangen.
Onder een sliding wordt verstaan: het met de voet(en) over de speelvloer glijdend de bal voor de voeten van een tegenstander wegspelen of trachten weg te spelen. Men lette er wel op, dat een sliding niet strafbaar is, indien er geen tegenstander zich in de nabijheid van de betrokken speler bevindt. Bij een sliding zit aan de vrije schop c.q. strafschop steeds automatisch een tijdstraf vast. Let dus goed op of iemand inderdaad een sliding maakt; met name b 2 doelverdedigers is dat soms moeilijk te beoordelen. Alleen als de scheidsrechter er van overtuigd is dat de doelverdediger een sliding maakt tegen een tegenstander, dien t h ij de doelverdediger te bestraffen m et een strafschop en 2 m in u ten straftijd.
Bij het bestraffen van lichamelijk contact dient de scheidsrechter er zeer goed op te letten, welke speler dit veroorzaakt heeft; het gebeurt nog te vaak dat de uitlokker hiervan (dus in feite de veroorzaker) ten onrechte de vrije schop toegewezen krijgt.
1. Regels die geldig zijn in de sporthal
- zwarte of vuile zolen
- frisdrank en andere dranken in glas
- kauwgom en eetwaren
De parketvloer mag enkel betreden worden met sportschoenen met non-marking zolen. Er zijn schoenovertrekjes beschikbaar voor wie met gewone schoenen de sportvloer wil betreden.
Enkel drinken in plastieken flessen is toegelaten.
Spuiten met drank is verboden op de sportvloer, de gangen en in de kleedkamers.
Het plaatsen en het wegnemen van de sporttoestellen en materiaal binnen sporthal is enkel mogelijk in overleg en in samenwerking met het toezichthoudend personeel. Deze kunnen enkel plaatsvinden - 10 minuten voor - en binnen de uren die aan de huurder wordt toegewezen. Hou er dus rekening mee dat de sporthal volledig vrij moet zijn voor de volgende gebruiker wanneer u uw training of activiteit eindigt. Stop dus wat vroeger zodat u bijv. handbaldoelen nog kunt wegnemen.
Honden worden niet toegelaten in de sporthal.
Er geldt een algemeen rookverbod in de sporthal, kleedkamers en gangen.
Er mogen geen kaders, spandoeken, reclameborden geplaatst worden zonder toelating.
Voor de sporthal moet voor catering beroep worden gedaan bij de directie van de sportclub.
Alle - door het negeren van de regels - gemaakte (schoonmaak)kosten worden verhaald bij de huurder!
Wij danken u voor uw begrip en medewerking,
Directie Sportclub Orange